het museum het museum het museum
 
 
 
<< home
VOORWERP VAN DE MAAND JUNI: SCHUTTERSGILDE SINT-SEBASTIAAN

Omschrijving van het voorwerp: foto in kader jubileumviering 1939

Afmetingen: 455x395 mm

Datering: 1939

Toestand: gift

Thema: verenigingen-schuttersmaatschappijen

Het ontstaan en de evolutie van onze Schuttersgilden

Het gaaischieten is een oud-Germaans zonnewenderitueel, waarbij de boog het vormelijk symbool is waarmee de koningsvogel op haar hoogste stand naar beneden wordt gehaald. Ondanks de kerstening in onze streken zijn deze rituelen blijven voortbestaan in allerlei broederschappen, zij het dat ze mettertijd een christelijke patroonheilige aannamen. De duif waarop geschoten werd, en die in de Katholieke kerk symbool was van de H. Geest, werd mettertijd vervangen door de meer exotische papegaai. Vandaar het gaaischieten.
Deze schuttersverenigingen werden vanaf de 11e eeuw geïntegreerd in de gemeentemilities, waar de poorters zich bekwaamden in de krijgskunst ter verdediging van hun stad, volledig los van de grafelijke legers. Deze milities waren opgedeeld volgens de stadswijken (sestendelen) en hadden elk een stukje van de stadsomwalling toegewezen gekregen die ze moesten onderhouden en verdedigen onder leiding van een coningstavel of hoofdman. Elkeen was gewapend volgens zijn stand en zijn vaardigheid, wat nogal wat variatie meebracht: pieken, goedendags, morgensterren, bijlen, zwaarden, handbogen… Binnen de gemeentelegers was naar schatting één op drie/vier militieleden gewapend met een handboog.
In de 13e eeuw begonnen de schutters zich los te maken van het gemeenteleger om zich te groeperen in gespecialiseerde korpsen of compagnieën, en dit in navolging van de beruchte Genuese huurlingenkorpsen. Na de Guldensporenslag in 1302 kregen de ambachtsgilden eindelijk de politieke erkenning en een zekere mate van rechtspersoonlijkheid, als emanatie van de stedelijke macht en haar zelfbewustzijn. Hun rekrutering werd in latere eeuwen steeds selectiever: ze ronselden algauw nog enkel onder de meer gegoede burgers en hun activiteiten werden meer en meer gericht op de ontspanning. De leden van dergelijke gilden waren nooit talrijk: in de grotere steden doorgaans 100 tot 200 man. Hun gevechtswaarde bleef niet te versmaden en ze dienden verder tot officierenkader voor de stadsmilities. Minstens tot in de 16e eeuw waren ze mobiliseerbaar en konden geen oproeping door de landsheer of door de stad weigeren op straffe van boete en mogelijke bijkomende sancties van de wapengilde waartoe ze behoorden. Het concept van deze schuttersgilden met hun ritueel van het papegaaischieten deinde algauw uit naar Frankrijk, Brabant, Holland en Duitsland, waar dergelijke verenigingen als paddenstoelen uit de grond schoten.

De schuttersgilde Sint-Sebastiaan te Dudzele
Volgens het gildeboek zou deze maatschappij in 1879 haar activiteiten hebben gestaakt. Gustaaf Bossier was op 20 januari 1879 de 317e inschrijver en laatste die zich in de jongemangilde liet inschrijven. Tien jaar later, in 1889, werd door notaris Richard Pollentier uit politieke overwegingen een nieuwe wip geplaatst in zijn weide. Daar zijn de zomerschietingen begonnen. Het lokaal van onze schuttersgilde was gevestigd bij Pieter Dauw (Dorpsplein). Het was bij Pieter dat er jaarlijks, tijdens de vastenperiode, een ‘Craecke’ prijskamp plaats had. Daarvoor schoot men naar een doel, een soort grote vogelpik. De prijs was een daarvoor speciaal gemaakt brood in de vorm van een ovaal wiel met een koekebrood van ongeveer 2 kilogram in het midden. Deze prijs was bestemd voor de schutter die de meeste punten geschoten had. Deze originele foto toont de viering van het 50 jarige bestaan (1939). De vereniging bestond uiteraard al veel langer.

voorwerp van de maand


Strubbe Hans, conservator (hans@degroenetente.be)
Bron: Koninklijke Hoofdgilde Sint-Sebastiaan te Brugge

<< home
©2008 | disclaimer | webdesign by haso | contacteer ons