Omschrijving van het voorwerp: originele foto van het gemeentelijk brandweerkorps
Afmetingen: 225x160 mm
Datering: 1909
Toestand: gift
Thema: dudzele
Het vrijwillig gewapend brandweerkorps.
Tijdens de gemeenteraadszitting van Dudzele dd. 21 april 1875 was er voor de eerste maal sprake over het aankopen van een brandspuit om in geval van brand, snel te kunnen optreden. Op 26 oktober van dat jaar besliste de Raad eenparig om zo'n brandspuit aan te kopen. Toch zou het nog veertien jaar duren vóór de Gemeenteraad daadwerkelijk overging tot de aankop van de brandspuit. Dat was op 14 februari 1889 en ze kostte 1300 frank (ongeveer 32 euro). In april van dat jaar ging men over tot het stichten van een "vrijwillig gewapend brandweerkorps". Volgens de foto van 1909 was de toenmalige voorzitter van het korps Dr. Maurits Caenen. De commandant van het korps, met de titel van Luitenant-Bevelhebber, was hoofdonderwijzer Leopold Bogaert. Zijn broer Karel was luitenant. Er waren een twintigtal manschappen, waarvan er dertien met een geweer bewapend waren. Als klaroenspelers werden aangesteld: Gregoire Devulder en Theofiel Boi.
Op de foto herkennen we volgende personen:
- liggend: G. Schotte en C. Wentein
- knielend: G. Bonte, C. Schotte, H. Slembrouck, F. Wentein en A. Mus
- staand: F. Blommaert, G. Devulder, A. Vermeulen, E. Coppens, H. Cardon, luitenant K. Bogaert, commandant L. Bogaert, voorzitter Dr. M. Caenen, I. Plovie, J. Mareydt en T. Boi
- boven: N. Verhaeghe, C. Pintelon en A. Snauwaert
Op de eerste zondagmorgen van elke maand werd er geoefend. Meestal was dat langs de Watergang of aan het vaartje langs de Lisseweegse Steenweg (heden Zwaanhofstraat). Tijdens de gemeenteraadszitting van 21 mei 1924 vroeg meester Leopold Bogaert zijn ontslag aan als bevelhebber. Dat werd aanvaard en hij werd opgevolgd door Karel Bogaert. In 1925 kocht het gemeentebestuur 19 nieuwe kepies aan. Men betaalde daarvoor 24 frank (ongeveer 0.50 euro), maar voor de kepies van de commandant en luitenant, die versierd waren met gouden biezen en strepen, betaalde men 45 frank (ongeveer 1 euro) per stuk.
Tijdens de Raad van 23 oktober 1933 stelde burgemeester Dr. A. De Haene voor om het korps af te schaffen: de gemeente had namelijk een verbintenis aangegaan met de stad Brugge, om in geval van brand, beroep te doen op de Brugse brandweer. Eerste schepen Edward Desmedt verlangde evenwel dat de brandspuit behouden zou worden om desgevallend eerste hulp te kunnen verschaffen. Daarop besliste de gemeenteraad om het korps af te schaffen maar de brandspuit in goede staat te onderhouden. Eigenaardig genoeg bleef de Dudzeelse brandweer "in feite" wel bestaan. Een verklaring zou kunnen zijn dat het korps ontwapend werd, gezien de internationale spanningen destijds, maar als brandweer bleef bestaan.
Commandant Karel Bogaert vroeg op 12 juni 1936 ontslag aan en verliet het korps op 10 februari 1937 als "ere-bevelhebber". Op 12 oktober 1937 werd Jozef De Vuyst bevelhebber van het korps. Hij was vuurkruiser van de oorlog 1914-1918 en serdert 1927 lid van het Dudzeels brandweerkorps. Jozefs zoon Raymond vertelde ons dat de Dudzeelse brandweer nog actief was tijdens de Tweede Wereldoorlog, bij het blussen van strovuur en hooischelven op het veld. Bekend was de brand van dergelijke schelven bij de familie Vanhulle, op de "Hooge Maat" ter Damse Steenweg.
In 1945 werd het korps definitief ontbonden. |