Omschrijving van het voorwerp: aardewerk in gele kleur, roodbeschilderde motieven
Afmetingen: 150 mm diameter op breedste kant, hoogte: 225 mm
Datering: 10e - 13e eeuw na Ch.
Toestand: in bruikleen
Thema: archeologie
Pingsdorf-aardewerk is genoemd naar een plaats ten zuiden van Keulen. Dit aardewerk met de karakteristieke rode verfstrepen werd ook op andere plaatsen in het Rijnland.
De baktemperaturen van het Pingsdorf-aardewerk bedroegen over het algemeen 900-1000 graden. De voornaamste vorm is de kruikamfoor met brede schouders, bandvormige oren en een klein opgezet tuitje. Maar ook andere vormen komen voor, zoals potten met ronde bodem, schalen en bekers. De versiering is aangebracht met ijzerhoudend slib, in kleur variërend tussen oranje, rood, bruin en paars. Deze versiering steekt meestal duidelijk af tegen het witte of beigebakkende aardewerk, dat vervaardigd is van ijzerarme klei.
De tuitpotten werden eerst versierd met grote 3-vormige figuren, horizontale golven en grote komma's. Later kreeg de versiering een wat meer geordend karakter. Zo werd de hals bij tuitpotten geaccentueerd met rijen golven en komma 's en bij bekers met S-profielen werd de schouder met fijne motieven beschilderd. Doordat de baktemperaturen geleidelijk hoger worden, worden het baksel en de versiering donkerder (paarsiger). Het Pingsdorf-aardewerk begon vanaf de 13de eeuw op steengoed te lijken. Aardewerk raakte meer en meer versinterd, dat wil zeggen dat het steeds 'dichter' en dus minder poreus werd. Dit was een belangrijke ontwikkeling omdat het nu meer waterdicht werd. De consequentie van deze nieuwe bakmethode was wel dat het aanbrengen van beschilderingen op het aardewerk niet meer mogelijk was.
Hoe het aardewerk precies aan de man werd gebracht, is niet helemaal duidelijk. Reizende handelaren en marskramers hebben daarbij misschien een rol gespeeld. Waarschijnlijk zijn deze kooplieden net als de pottenbakkers in dienst geweest van kloosterorden, bisschoppen of andere sociale elites. Die bestuurden de pottenbakkerijen en huurden vertegenwoordigers om de waar af te zetten. Het is vrijwel zeker dat dit heeft gegolden voor de pottenbakkerijen in Badorf en Pingsdorf. Die lagen namelijk op of vlak bij bezittingen van het klooster van St. Pantaleon.
Het voorwerp in ons bezit werd in 1965 gevonden in de Sint-Lenardsstraat nummer 58 bij werken.
Strubbe Hans, conservator (hans@degroenetente.be) |