het museum banner het museum het museum
 
 
 
<< home
DE KERK
 
Parochie Sint-Pieter-in de Banden Dudzele
Tijdens de Midden Steentijd (8000-4000 v.C) werd het klimaat warm, de zeespiegel steeg en er kwam een grote variatie van planten en dieren. Vanaf 3000 v.C verliep de zeespiegelrijzing trager en langs de kust vormden zich strandwallen waarop de “oude duinen” ontstonden. Ca. 200 v.C. brak de zee door de duinengordel. Een groot gedeelte van het veengebied werd overstroomd en ingesneden door talrijke kreken en vloedgeulen. Rond het begin van onze tijdrekening begon de zee zich terug te trekken. Op het achtergebleven gebied ontwikkelde zich schorrenbegroeiing. Gallo-Romeinen gingen zich over heel de kustvlakte vestigen. Er was een zekere vorm van landbouw. Rond de jaren 300-350 werd de hele Vlaamse kustvlakte, van Duinkerke tot het Zwin, opnieuw overspoeld door de zee. Dit overstroomde landschap was geen grote zoutwaterplas, maar een moerassige waddenzee. Vanaf 650 begon de zee zich terug te trekken en kwamen er zilte graslanden vrij. Vele landbouwers, vooral Friezen en Saksen vestigden zich in de streek. Rond 800-850, waarschijnlijk na het oprichten van een kapel,stichtte de Fries Duda zijn heem of sala. Dudasala, later Dudzele, was een feit. In 862 vinden we voor het eerst “Dodesela” vermeld op een kaart die gebruikt werd door Boudewijn met de IJzeren Arm (837-879), de eerste graaf van Vlaanderen. Uit een document van 1089 blijkt dat Dudzele een parochiekerk bezat. Deze was toegewijd aan Sint-Petrus-in-Vinculis of Sint-Pieter-in-de-Banden. Dudzele was toendertijd een leen van de Sint-Pietersabdij in Gent. De sleutel van Sint-Pieter in het wapenschild van Dudzele verwijst naar die verbondenheid. Later werd Dudzele een ambacht in het bisdom van Doornik en in 1135 van het Sint-Donaaskapittel in Brugge.
 
 
Dudzele was in de middeleeuwen een gekend bedevaartsoord van Sint-Lenaard. Het begon in de eerste helft van de twaalfde eeuw en was zo succesvol dat men met de opbrengst ervan, vanaf 1150 een grote kerk kon beginnen bouwen. De meest luisterrijke ommegang van de streek was die van Dudzele. Eenmaal per jaar was er de grote Sint-Lenaardommegang. Die had plaats de eerste zondag van augustus. Dit is trouwens de oorsprong van Dudzele Kermis, die nog steeds op deze datum valt. Uit documenten uit 1161 blijkt dat Dudzele reeds een “imposante Romaanse kerk” had. Dit monument uit het einde van de 12de eeuw, was het belangrijkste gebouw uit de streek. Het bestond uit een koor, een kruisbeuk, een driebeukig schip en een westbouw. Op de viering stond een witstenen klokkentoren. De westbouw werd terecht “het Reuzenkasteel” genoemd, zo immens was het. Het was ook de enige kerk in de Polderstreek die was opgetrokken in Romaanse stijl. Het was door zijn grootte (83m. lang, 30m. breed) en rijkdom een van de merkwaardigste gebouwen uit die periode. Was de kerk bewaard gebleven, dan was ze zeker een van de mooiste exemplaren van romaanse bouwkunst in Vlaanderen geweest. Ze had echter veel te lijden onder de godsdiensttroebelen op het einde van de 16de eeuw. Uiteindelijk zou het hele gebouw instorten. De zuidelijke traptoren werd bewaard en er werd in 1715 een klokkentoren van gemaakt. Op de grondvesten van de oude kerk werd de nieuwe kerk gebouwd. Dat gebeurde in twee fasen: ca. 1680 het koor en 3 traveeën in drie beuken, deze keer zonder kruisbeuk. Rond 1870 werden twee traveeën en een torentje toegevoegd. Het geheel meet nu 57 x 25 meter. 
 
  De bezienswaardigheden in de kerk:
- het “schettekot” in het portaal: vroeger werd daar vóór de hoogmis een gift in gelegd: boter, een kip, een stuk vlees enz.; het was een offer aan O.L.Vrouw bij ziekte of een weldaad; na de mis werd het per opbod verkocht.
- de doopvont: dateert van 1590; achtzijdige geprofileerde basis met schacht en kuip, geheel in arduin; het originele koperen deksel werd meegenomen tijdens de Franse revolutie.
- de kruisweg: J. Lelan 1904; werden statie per statie geschonken door parochianen (zie koperen plaatjes).
- de brandglazen: aan de noordzijde uitbeeldingen uit de litanie van O.L.Vrouw, aan de zuidzijde wapenschilden uit de geschiedenis van Dudzele en Sint-Lenaard.
- het hoofdaltaar: geschilderd hout, einde 17de eeuw; in de nis bovenaan het beeld van de geboeide Sint-Pieter; centraal het schilderij “de marteldood van Petrus” door Gaspard De Craeyer, een leerling van Rubens.
- links het O.L.Vrouw-altaar met het schilderij “Domenicus ontvangt de rozenkrans” van G. Maes.
- rechts het Sint-Leonardusaltaar; het schilderij werd in 1697 geschonken door de schuttersvereniging Sint-Sebastiaan, vandaar het beeld van hem boven in de nis. - de preekstoel, stond vroeger rechts centraal in de kerk.
- het orgel, in 1872 gemaakt door de Brugse orgelbouwer Louis Hooghuys; het is grootste orgel die hij ontworp; het weegt 5 ton, heeft 2000 pijpen, er zijn 29 registers, de blaasbalg heeft een capaciteit van 5 m³.
- de communiebank, 1873 door Dewispelaere uit Brugge; het middendeel, dat “het laatste avondmaal” voorstelt, staat vóór het altaar.
- drie biechtstoelen.
- de vele “sepultures”, meestal in de vloer van de kerk.
- de overzichten van alle pastoors en onderpastoors van de parochie Dudzele.
- de koorgestoelten uit 1697.

Deze tekst hangt eveneens uit in de inkom van de kerk, links, nabij het schettekot. Binnen in de kerk is de tekst ook verkrijgbaar. De tekst mag gebruikt worden mits het vermelden van de bron.
 
 

Dudzeelse pastoors
1236   Jacobus
1236   Thomas
1241   Snellardus
1248   Walterus
1257   Petrus
1260   Bartholomeus
1260   Philippus
1274   Jacobus
1276   Gervasius
1276   Jacobus
1296   Michiel Van Audenaerde
1313   Jacob Voor den Daghe
1335   Nicolaus De Ruddere
1342   Petrus De Borst
1349   Florentinus
1349   Joannes Pachin
1354   Petrus De Marchinellis
1356   Joannes De Ponte Lapideo
1364   Salomon De Goyke
1368   Florentinus Brulant
1376   Joannes Theye
1376   Carolus Caroli
1378   Georgius Steene
1386   Joannes Leel
1387   Joannes Borghe
1396   Balduinus De Hortio
1399   Stephanus Wynckhuuse
1402   Quintinus Hugens
1406   Gerardus Groote
1412   Balduinus Slosse
1413   Jacobus Bisschop
1420   Joannes De Winckele
1421   Lenoty Truven
1435   Joannes De Vos

1450   Lenaert Loufooghe
1460   Jooris De Gryse
1510   Jan Vander Eecke
1530   Jan Uuttervlietinghe
1570   Antonius Chatelet
1587   Joannes Stockman
1589   Tosanus Van Acker
1596   Antonius Hasselt
1606   Richardus Schotte
1632   Anthonius Ladesoubz
1658   Paulus Ceysson
1658   Franciscus Rotsaert
1659   Alexander Taelboom
1676   Jacobus Deckere
1680   Guilhelmus Hooghstoel
1694   Petrus Massemin
1712   Franciscus Lambiot
1722   Antonius Mahieu
1740   Petrus Vleys
1773   Joannes Sablé
1802   Jacobus Bollaert
1832   Franciscus Wulleman
1868   Felix Crombez
1885   Henricus De Badts
1898   Renatus Courtois
1920   Benedictus Pille
1934   Florent Vermeersch
1935   Rene Ollevier
1938   Karel Verfaille
1954   Gerard Van Biervliet
1966   Roger Debusschere
1983   Gaspard Laleman
1997   Dirk Debruyckere

 
  Funerair erfgoed
Eén van de projecten waarmee onze Heemkundige Kring De Vrienden van het Ambacht Dudzele momenteel bezig is, gaat over “Graftekens op het kerkhof van Dudzele”. Meer in het bijzonder zijn het “kleine monumenten”, die om één of andere reden speciaal zijn: het is enig op het kerkhof, het heeft een speciale architectuur, het gaat over een bekende persoon of familie, enz. We hopen er later een plannetje bij te voegen waar de graven te vinden zijn en/of nog meer details.
Eerste versie
 
  Sepulture
De letterlijke betekenis van sepulture is: graf, begraafplaats. De opzet van dit document is het in kaart brengen van alle grafstenen die ingemetseld werden in de kerkvloer, binnen- en buitenmuren van de kerk Sint-Pieters in de banden.

Het inventariseren en beschrijven van oude graf- en gedenkschriften is belangrijk, aangezien het een bedreigd patrimonium betreft.  Al te vaak gingen waardevolle stukken verloren bij herstellingswerken, het heraanleggen van de kerkvloer, enz.   Bovendien zijn opschriften in kerkvloeren onderhevig aan constante slijtage, en ingemetseld in buitenmuren zijn ze blootgesteld aan weer en wind en aan milieuvervuiling ... 

In een eerste fase tonen we de foto’s, de lokalisatie en de leesbare opschriften. Sommige grafstenen liggen immers gedeeltelijk onder het altaar en verder onderzoek dringt zich dus op. De tweede fase zal dieper ingaan op de personen die op de steen vermeld werden. Eveneens is het de bedoeling om wat meer duidelijkheid te scheppen over de stenen die we op heden als onleesbaar moeten markeren. De ‘verdwenen stenen’ komen ook aan bod.

Klik hier voor foto's van alle grafstenen.
Klik hier voor het volledige document (fase 1).
 
  Meubilair
Project nog af te werken
 
  De Kruisweg
De Kruisweg werd gebeeldhoud door J. Lelan ca.1904.
Klik hier voor foto's van de kruisweg.
 
  Brandglasramen
Klik hier voor foto's van de brandglasramen.
 
 

Het Hooghuysorgel
In 1797 was te Brugge de laatste autochtone orgelbouwer, Dominicus Berger, overleden. Het Westvlaams grondgebied was weliswaar sporadisch betreden door de orgelbouwersfamilie Van Peteghem uit Gent, maar ook zij dienden na de troebelen van de Franse Overheersing hun activiteiten terug te plooien op hun Gentse thuisbasis. Het Brugse was dus bij de heropening der kerken in 1802 een nagenoeg braakliggend werkgebied. Dat had wellicht ook de Middelburgse orgelmaker Gerard Hooghuys (1754-1813) gemerkt, want hij vestigde zich in 1806 in Brugge. Zijn zoon Simon Gerard Hooghuys (1780-1853) zou een definitieve basis leggen voor de Hooghuys-orgelbouw in Vlaanderen die vermaard zou worden zowel op het gebied van de kerkorgel- als op dat van de draaiorgelbouw.

In dit document werd een beschrijving van het Dudzeelse Hooghuysorgel gemaakt door Fernand Braet. (klik hier)

 
<< home
©2009 | disclaimer | webdesign by haso | contacteer ons